Je bent aangewezen om een wedstrijd te fluiten. Wat wordt er dan van je verwacht? Op deze pagina proberen we je wat tips te geven over hoe je een wedstrijd fluit.

Eigenschappen van de scheidsrechter

Frans Loderus
Frans Loderus, één van 's-werelds beste volleybalscheidsrechters in actie

Als scheidsrechter moet je je anders gedragen dan bijvoorbeeld als speler. Je hebt een andere taak, dus ook andere verantwoordelijkheden. Hieronder staan een aantal belangrijke eigenschappen, die je als scheidsrechter moet uitstralen naar de teams (en soms ook naar het publiek):

  • Punctueel: een scheidsrechter moet de spelregels goed kennen en deze juist kunnen toepassen. Het is niet de bedoeling dat je je eigen regels bedenkt. Een regel foutief toepassen levert al gauw een hoop onvrede op bij de spelers.
  • Resoluut: een scheidsrechter moet snel kunnen denken en handelen en daarbij weloverwogen keuzes kunnen maken. Als scheidsrechter sta je alleen tegenover 2 teams die van jou verwachten dat je na elke rally direct kunt aangeven welke fout er gemaakt is.
  • Consequent: een scheidsrechter moet soortgelijke spelsituaties steeds hetzelfde beoordelen, ongeacht set, stand, speler of wedstrijdverloop. Ga bijvoorbeeld niet soepeler fluiten voor een team dat ver achterstaat, het is en blijft een wedstrijd en bij volleybal weet je het tenslotte maar nooit.
  • Onpartijdig: een scheidsrechter moet objectief oordelen. Laat je niet beïnvloeden door de spelers (of coach) met de grootste mond, maar maak je eigen keuzes. Ga niet in discussie als het om waarneming gaat, zoals in- / uit-ballen, touché, netfout, e.d. Iedereen ziet dit anders (en spelers meestal met een 'gekleurde bril'), je kunt het dus toch nooit voor iedereen goed doen. Als je dingen niet hebt kunnen waarnemen, kun je altijd een dubbelfout geven, maar probeer dit tot een minimum te beperken. Vaak dubbelfout geven doet je erg onzeker overkomen en een team dat denkt gescoord te hebben, voelt zich alsnog benadeeld.

Bedenk altijd dat het, ook als scheidsrechter, geen ramp is een fout te maken (hoewel spelers daar, in het heetst van de strijd, wel eens anders over willen denken). Ook jij bent maar een mens...

 

Taken en tijdschema vóór de wedstrijd

Hieronder staat een tijdschema (t.o.v. de aanvangstijd van de wedstrijd) met de verschillende taken, wat als leidraad kan dienen wanneer je een wedstrijd moet fluiten:

  • - 30 minutenAanwezig in de zaal
    • De teams beginnen met warmlopen / inspelen
    • Als scheidsrechter controleer je achtereenvolgens de volgende zaken:
      • scheidsrechterstoel
      • nethoogte
         dames /
        meisjes
        heren /
        jongens
        senioren 2.24 m 2.43 m
        jeugd A 2.24 m 2.43 m
        jeugd B | topklasse & hoofdklasse 2.24 m 2.30 m
        jeugd B | 1e klasse en lager 2.15 m 2.24 m
        jeugd C | topklasse & hoofdklasse 2.15 m 2.15 m
        jeugd C | 1e klasse en lager 2.05 m 2.05 m
      • scorebord
      • wedstrijdbal
      • fluitje
      • tosmunt
      • spelerskaarten van beide teams
      • wedstrijdformulier
  • - 17 minutenDe toss
    • Roep de aanvoerders bij je
    • Wijs kop en munt toe aan de aanvoerders
    • Gooi de munt op en bepaal wie de eerste keuze heeft.
      De winnaar van de toss mag één van de volgende opties kiezen:
      • zelf serveren
      • service ontvangen
      • speelhelft bepalen
      De andere aanvoerder mag voor de resterende optie de keuze bepalen.

      Wanneer een van de aanvoerders heeft besloten om de eerste set op de andere speelhelft te spelen dan die waar is warmgelopen / -gespeeld, dan moet er vóór het inslaan (dus meteen na de toss) van speelhelft gewisseld worden.
  • - 15 minutenInslaan
    • Je geeft een fluitsignaal ten teken dat de teams kunnen gaan inslaan:
      • 4 minuten op links aanvallen
      • 4 minuten op rechts aanvallen
      • 2 minuten serveren
  • - 5 minutenEinde warming-up
    • inspeelballen worden opgeruimd
    • teams gaan naar hun bank
  • - 1 minuutSpelers het veld in
    • Je geeft een fluitsignaal ten teken dat de spelers het veld kunnen betreden
    • De teller noteert de opstellingen op het wedstrijdformulier
  • 0 minutenAanvang van de wedstrijd
    • Je vraagt beide aanvoerders of hun team gereed is
    • Je geeft het fluitsignaal (en handgebaar ) voor de eerste service
    • Veel succes met het fluiten van je wedstrijd!

Taken gedurende de wedstrijd

De scheidsrechter is degene die tijdens de wedstrijd steeds de volgende spelsituaties aangeeft d.m.v. een fluitsignaal en het bijbehorende tekens:

  • Het begin en einde van een set
    • Aan het begin van de set worden de spelers met een fluitsignaal het veld ingestuurd.
    • Het einde van de set wordt aangegeven door een fluitsignaal en teken 9
    • Wanneer er nog een set gespeeld moet worden, wordt met teken 3 aangegeven dat de teams van speelhelft kunnen wisselen
  • Het begin en einde van een rally
    • Iedere rally begint met een service
    • De rally eindigt door een fout van één of meerdere spelers, of door externe omstandigheden (bijv. een andere dan de wedstrijdbal in het veld)
  • Time-outs en spelerswissels
    • Een coach of de aanvoerder in het veld kan 2x per set een time-out aanvragen.
    • Een coach of de aanvoerder in het veld kan 6x per set een wissel aanvragen.

Taken na de wedstrijd

Na afloop van de wedstrijd moet je als scheidsrechter controleren of het wedstrijdformulier volledig en correct is ingevuld. Bij eventuele doorhalingen moet je een paraaf zetten, en in het opmerkingenvak van het wedstrijdformulier vermeld je hoeveel doorhalingen je hebt geparafeerd.

Als je alles hebt gecontroleerd, moet het formulier nog ondertekend worden door de beide aanvoerders en de scheidsrechter.

Het formulier bestaat uit drie pagina’s (één origineel en twee kopieën): het origineel moet opgestuurd worden naar de NeVoBo, de beste (bovenste) kopie is voor de uitspelende ploeg en de resterende pagina (onderste blad) is voor de thuisspelende ploeg.

Deze pagina is tot stand gekomen met dank aan Geertjan de Vos die voor OKK'70 een handleiding "Taken van de scheidsrechter" schreef.